#534

Graaf van Bloisstraat Hans Ruigrok

Graaf van bloisstraat
Foto SAMH

In 1937 ben ik geboren in de straat die genoemd is naar een Franse graaf. Die naam spraken we natuurlijk niet op z’n Frans uit. Op zijn Gouds is het 'graaf van blooi'.

Er woonden veel kinderen en de gezinnen waren groot. Binnen spelen was er niet bij; wij waren altijd buiten. Jongens willen voetballen maar dat was verboden. Waarom zou ik niet meer weten. Zeker niet vanwege het verkeer, want niemand had een auto. Politie Koot reed op zijn fiets door de wijk en als hij ons zag voetballen, waren we de pineut. De bal werd in beslag genomen. Dat was geen echte voetbal, daar hadden we geen geld voor. Wij maakten een voetbal met proppen papier vastgebonden met touw. Als straf moesten we op woensdag- of zaterdagmiddag naar de Kopschool (nu Burgvlietschool Karnemelksloot) om honderd keer op te schrijven: ‘ik mag niet voetballen’. Op Koninginnedag vierde de hele straat feest.

Iedere dag thuis bezorgd

De straat had aan beide zijden keurige arbeidershuizen, bij elkaar opgeteld honderd. Er waren twee kruideniers, Scherpenzeel en Pauw, twee bakkers Uljee en Van de Starre, minstens één groenteboer, Dijkman, een fabriekje waar kinderfietsjes en een ander waar lampenkappen werden gemaakt. Iedere dag kwam een melkboer van de Wethouder Venteweg in de straat huis aan huis melk verkopen. Als het erg warm was, kwam hij ’s middags nog een keer, want koelkasten bestonden nog niet. Eens per week reed de schillenboer door de straat. Hij haalde aardappelschillen en ander groenafval op dat hij aan een boer als varkensvoer verkocht.

Mooie verhalen

Ik kom uit een arm gezin. Er was maar net voldoende eten en geld voor speelgoed was er niet. Met z’n vijven in één bed slapen, was gewoon. Onze school was de Goeman Borgesius aan de Vossenburchkade. Het hoofd was mijnheer De Bruin en bij meester Vlist zat ik drie jaar in de klas. Op zaterdagmorgen las hij het laatste half uur voor. Ik vond het fantastisch. Het boek Afkes Tiental, over een arm gezin in Friesland, maakte diepe indruk op me. Ik realiseerde met toen dat het bij ons in de Blooistraat nog niet zo beroerd was.

Nieuwe armoede

In 2007 werd ik zeventig en stopte met werken als stroopwafelbakker. Ik heb altijd met veel plezier het Goudse product verkocht op de markt in Voorburg, Wassenaar, Oegstgeest, Heemskerk en Sassenheim. In de Goudse Post las ik een advertentie van Emmaus, de kringloopwinkel aan de Vest. Ze vroegen een chauffeur om goederen op te halen en ik werd aangenomen. Ik heb er tot op heden geen dag spijt van. Het is voor mij een genot om met zo veel fijne mensen te mogen samenwerken die allemaal vrijwilliger zijn. Op maandag ga ik bij Gouwenaars spullen ophalen die ze niet meer nodig hebben. De opgehaalde meubels brengen we weer bij mensen die geen geld hebben om nieuwe te kopen. De opbrengst van de in de winkel verkochte spullen gaat naar goede doelen. Ook nu zie ik armoede en denk nog wel eens terug aan mijn eigen jeugd.