#249

Goudse gitaardocent maakt toekomstmuziek Daan van den Bergh

Daan van den Bergh

Misschien is hij wel de bekendste Gouwenaar die nog nooit in Gouda heeft gewoond: gitaardocent Daan van den Bergh. Een rasechte Hagenees, maar al bijna dertig jaar werkzaam bij Cultuurhuis Garenspinnerij, de vroegere Goudse Muziekschool.

Honderden leerlingen, workshops, activiteiten en festivals heeft hij met zijn gitaar klank gegeven. Al roffelend met zijn vingers op de ronde tafel in de gezellig ingerichte foyer van het Cultuurhuis vertelt Daan zijn verhaal.

Liefde voor lesgeven

De gitaardocent ziet zeker een verandering in het type leerling dat hij de afgelopen decennia begeleidde bij hun muzikale ontwikkeling. Met een licht Haags accent geeft hij voorbeelden: “Tegenwoordig kunnen de leerlingen vaak al heel wat. Ze hebben zichzelf van alles geleerd via YouTube, hebben gitaartablatuur gedownload, instructiefilmpjes bekeken en zijn zo minder blanco. Ik ga daar gewoon in mee en vul het aan. Ik schrijf nu vaak liedjes voor ze uit, die ze zelf willen leren spelen.”

De gitaar heeft een minder grote plaats in de popmuziek dan vroeger, maar daar is artistiek gezien helemaal niets mis mee volgens Daan. “Iedere generatie heeft zijn eigen talent, zijn eigen instrument”. Daan blijft zich ook ontwikkelen. Bij het Cultuurhuis is hij bandcoach geweest en hij geeft ook een DJ-cursus en productielessen. “Vier dagen per week word ik omringd door jonge mensen met plannen die graag iets willen leren. Ik heb zoveel leuke leerlingen. Ik word heel vrolijk van dit werk!”

Altijd die gitaar

Op zijn tiende jaar beleeft de Hagenees een openbaring tijdens het luisteren naar Jimi Hendrix. Daan vertelt: ”Ik luisterde naar een langzame blues en er gebeurde letterlijk van alles in mijn hoofd, een hele bijzondere ervaring. Ik had niet zo veel met muziek, maar vanaf dat moment wist ik, dit wil ik ook. Ik kreeg een akoestische gitaar en ging op les. Ik leerde noten, maar voelde er niets bij en voerde niets uit. De leraar werd wanhopig. Toen ben ik zelf een toonladder uit gaan dokteren en ging meer en meer naar muziek luisteren. Ik was verslaafd aan de Amerikaanse rock uit de jaren 70 zoals Deep Purple.”

Daarna volgt de middelbare school waar hij volgens eigen zeggen een überpuber was. “Op m’n 17e wist ik: ik word muzikant. Vanaf dag één wilde ik eigenlijk alleen maar gitaar spelen en uit het raam staren. Ik was fucking eigenwijs. Ik werd straatmuzikant en speelde in allerlei bandjes. Met de band Spotlight Kids heb ik jarenlang gespeeld en wel honderden keren opgetreden.”

Rond zijn 24e wisselt Daan zijn seks, drugs en rock-‘n-rollwereldje in voor een studie Klassiek Gitaar aan het Conservatorium in Rotterdam. Daan schetst de reden: “Ik ben echt geen teergevoelig zieltje, maar ik vond die mannelijke wereld met bijbehorende grappen niet leuk. Het was in de tijd van Herman Brood, met drugs, drank en helaas ook ongelukken. Ik had een zoon. Ik wilde gewoon mijn geld verdienen met gitaarles geven en begon een eenmansbedrijfje. Mijn ambitie verschoof naar de tokkelgitaar. Op het Conservatorium bestond de richting Pop nog niet, dus het werd Klassiek Gitaar. Het was een stevige opleiding en ik voelde me bij de medeleerlingen als een vis in het water. Ik kwam ook hier in allerlei bandjes. Ik hield van Frank Zappa en Robert Fripp-achtige composities. Complex en duister. We jamden en improviseerden idioot lange nummers. Na mijn afstuderen wilde ik verder gaan als gitaardocent.”

Gouda Muziekstad

En zo geschiedde. Zijn rustige stem contrasteert met zijn beweeglijkheid: alsof de muziek steeds maar doorklinkt in zijn lijf. Volgens Daan is de Goudse muziekscene heel divers. “Toen ik hier begon in de jaren 90 was Gouda door en door metal. Zo rond de jaren 2000 is dit veranderd in een meer urbangeluid en popbeeld. Dat past wel bij de Randstad. Daarnaast zijn er opmerkelijk veel singer-songwriters die hun muzikale energie botvieren in Gouda. Ook kom ik ieder jaar wel een aantal leerlingen tegen waarvan ik weet dat die muzikant kunnen worden.”

Volgend jaar viert Daan zijn dertigste verjaardag bij het Cultuurhuis. Concrete plannen heeft hij nog niet. “Ik zou heel graag dit kunstverzamelgebouw nog eens op zijn kop zetten en dan ook stukken van het gebouw zelf gebruiken als muziekinstrument.” Een gitaar zal dan ook zeker te horen zijn, want een leven zonder dit instrument is voor de bevlogen docent nog geen week vol te houden.

De foto bij dit verhaal is gemaakt door Francis Frionnet (naar een voorbeeld van componist Igor Stravinsky)