#453

Gouda, voor altijd een stad van bier Remco van Gastel

Gouda voor altijd een stad van bier

Het meest fascinerende verhaal van Gouda, is natuurlijk het verhaal van het Goudse bier. In één enkel jaar brouwden onze vroegere stadsgenoten maar liefst vijftig miljoen liter! Het is bijna niet te bevatten hoeveel bier dat is. Het staat gelijk aan de inhoud van zeven miljoen hedendaagse kratten. Zet die kratten op een rij en er vormt zich een keten van Gouda tot honderden kilometers voorbij Istanbul. Zoveel bier dus. Het maakte Gouda tot de allergrootste bierproducent van Europa, wel zeven decennia lang. Van halverwege de vijftiende eeuw tot 1520 was Gouda de stad van bier.

Misschien wel het meest bijzondere aan dit verhaal, is dat er vandaag de dag niets meer van te zien is in de stad. Nou ja, op een vergulde ossenkop in de Westhaven na dan. Hoe anders was dit in de vijftiende eeuw, werkelijk alles draaide toen om bier in onze stad. Er bevonden zich maar liefst 200 brouwers, een aantal dat nog indrukwekkender is, als je beseft dat de stad nog geen 3.000 huizen telde. Naast de brouwers zelf, waren nog veel meer Gouwenaars betrokken bij de productie en verkoop van bier. Allereerst natuurlijk de brouwersknechten, zo’n één à twee per brouwerij. Die knechten deden vaak het zware werk. Ga maar na, per brouwsel was zo’n drieduizend liter water nodig. Eén keer raden wie al dat water met emmers uit de grachten mocht halen… Juist, de knechten.

Geen luizenbaan

Zwaar werk werd ook verzet door de circa 100 zakkendragers die zakken graan, zakken hop en manden turf brachten naar de brouwers. Ook zij hadden geen luizenbaan, de zakken graan waren zo’n 60 kilo zwaar en de brouwers hadden er 300.000 van nodig in een jaar. Ga er maar aan staan. Sterke mannen waren ook nodig om de vaten bier te vervoeren. Zo’n vat woog ruim honderd kilo, begrijpelijk dus dat de bierdragers in tweetallen werkten. Waarschijnlijk waren er zo’n 30 bierdragers nodig om al die vaten te sjouwen. Die vaten waren gemaakt door de kuipers. Echte ambachtslieden waren dat, die zich pas ‘kuiper’ mochten noemen wanneer ze een proeve van bekwaamheid hadden afgelegd. Dan had je nog de molenaars, die het graan maalden, de koperslagers die de ketels maakten, de smidsen de gereedschappen, de zakkenmakers de zakken, enzovoort. En natuurlijk de schippers, want ruim 90 procent van de vaten bier werd de stad uit verscheept.

Verknocht aan Gouds bier

De belangrijkste afnemers van het bier zaten in het zuiden. Steden die tegenwoordig gezien worden als voorname biersteden, zoals Antwerpen, Gent en Brugge, waren verknocht aan het Goudse bier. Hoe het zover was gekomen? Allereerst hadden de Gouwenaars toegang tot de juiste ingrediënten. Vooral het water was van hoge kwaliteit. In een zestiende-eeuwse atlas werd het Goudse water nog geroemd. ‘Wat smaak en kleur betreft vindt men dat op Hollandse bodem nergens’, staat er te lezen. Zeker in de grote Vlaamse steden was het water veel minder goed, het was daar vervuild door de textielindustrie. Net zo belangrijk als de ingrediënten waar de Gouwenaars toegang toe hadden, waren de keuzes die ze maakten. Ze kozen er namelijk voor om wat ander bier te brouwen dan collega’s uit andere steden. Goedkoper bier, door net wat minder graan te gebruiken. Het bier werd hierdoor betaalbaar voor de gewone man.

Een geschenk voor de stad

Het succes van het Goudse bier was een geschenk voor het stadsbestuur. Op iedere zak graan die de brouwers kochten, konden zij namelijk accijns heffen. Maar ook aan het bier dat in de stad werd gedronken, verdiende de stad geld. De stadskas was niet eerder zo goed gevuld. Het stelde de stad in staat om te investeren in prestigieuze bouwprojecten. De meest opvallende daarvan, kennen we allemaal. Het is het prachtige Goudse stadhuis op de markt. En zo is er dus wel degelijk nog iets zichtbaar van deze bijzondere geschiedenis die zich hier heeft afgespeeld. Gouda blijft voor altijd een stad van bier.

Bier  /  Brouwerij  /  Historie