#540

Lieve juffrouw Jorink Dick van Schaik

Aloysiusschool 1970 Archief SAMH
Foto SAMH

In 1951 was het zover. Ik mocht naar de eerste klas van de lagere school. Voor de jongeren onder ons: dat is nu groep drie van de basisschool.

Wij waren van katholieke huize en woonden op de Ridder van Catsweg. In de Spieringstraat waren twee jongensscholen. Hoorde je bij de Kleiwegkerk, dan zat je op de Aloysiusschool. Hoorde je bij de Gouwekerk, zoals ons gezin, dan was het de Stanislaus Kostkaschool met mijnheer Weck als hoofd.

Jongens bij jongens

Rie Cramer

Ik had helemaal geen zin om naar school te gaan. Leren lezen en schrijven; het boeide me niet. Ook al vertelden mijn ouders dat ik zou blijven zitten als ik niets leerde. Ik wilde alleen weten wanneer er een einde aan die schooltijd zou komen. Daar wisten mijn ouders ook antwoord op: als ik zes keer in de eerste klas zou blijven zitten, mocht ik van school! Gelukkig is het goed gekomen.

Met veertig andere jongetjes leerde ik lezen en schrijven. Ik ken nog de namen van alle leerkrachten. Juffrouw Jorink, in de eerste klas en daarna allemaal meesters. Meester Tempelman kon prachtig vertellen over zijn favoriete vak geschiedenis. Hij wist ook alles van de stad Gouda. Die kennis en liefde is bij mij goed aangekomen. Ik ben jarenlang stadsgids geweest. Van de meeste klasgenoten weet ik nog de naam en de straat waar ze woonden.

Fanclub

Juffrouw Jorink was een heel lieve vrouw. Ze was niet getrouwd. Als je in die tijd trouwde, kreeg je na je huwelijk ontslag omdat je voor je man en later eventuele kinderen moest zorgen. De lesuren waren van negen tot twaalf uur en van twee tot vier. Dat betekende twee uur middagpauze. Alle kinderen liepen dan naar huis, aten de warme maaltijd en liepen weer terug naar school.

We hadden tijd genoeg en vonden het een sport die lieve juffrouw Jorink van huis op te halen. Ze woonde boven het kantoor van de Goudsche Courant aan de Regenboog, waar nu een Italiaans restaurant is. Een kwartier voordat de school weer begon, stonden we met een groepje op de stoep voor haar huis. Wat heerlijk als ze dan naar buiten kwam en twee van ons aanwees die haar een arm mochten geven. Je dag kon dan niet meer stuk.

Meester Tempelman en juffrouw Jorink. Ze maakten op mij en – ongetwijfeld heel veel andere Goudse jongetjes – een onuitwisbare indruk.