#594

Gouda 2051 en de gestolen gouden fiets Senna

Ontdekkingsreizigers

Senna uit groep 8 van KC De Ontdekkingsreizigers maakte in de Kinderboekenweek 2021 het verhaal van Simon van der Geest af.

Ik kijk om me heen, ik pak me goed vast aan het stuur en dan glij ik van de berg af. Eindelijk ben ik beneden! Ik schrik mij een hoedje van een harde toeter. Het was oorverdovend. Ik wist niet wat het was. Het kon overal vandaan komen. Ik kijk eens goed om me heen en zie van alles. Treinen, mensen in rode auto’s met het dak open en harde muziek.

Alles anders

“Hé!”, roept een mevrouw in een rode auto. Ik vraag me af waarom die mevrouw zo roept, maar ik zeg maar niks terug. “Hallo?”, vraagt ze opnieuw. Nu moet ik wel antwoord geven.
“Wie ben je en waarom sta je op de weg?” Ik zeg: “Oh sorry” en stap snel achteruit. “Ik heet Senna, maar uh… waarom is alles zo anders?” “Anders dan wat?” vraagt de mevrouw.
“Anders dan het nu”, zeg ik. “Anders dan nu?”, vraagt de mevrouw. “Ik bedoel, ehh... ik moet gaan. Dag, mevrouw!”

Fiets gestolen

Snel ren ik snel weg, voordat de mevrouw kon antwoorden. Ik ben nog steeds in de war. Hoe kan ik nou in 2051 komen? En waar is mijn fiets? Die heb ik nodig om snel weer thuis te komen. Ik zie een jongetje met mijn gouden fiets. Hoe kan dat?
“Geef terug!”, roep ik, dat is mijn fiets!” “Nee, echt niet!”, zegt het jongetje, “die is nu van mij.” “Dat mag niet”, zeg ik. “Te laat”, zegt hij en fietst weg. “Ook dat nog!”, roep ik van frustratie. Ik kijk om me heen of ik de jongen met mijn gouden fiets misschien nog kan zien. Te laat, hij is al weg.
Pffff... Ik zucht even diep.

Fietsenwinkel

Ik ga maar op zoek naar een fietsenwinkel. Hopelijk hebben ze daar ook een gouden fiets.
“Daar is de fietsenwinkel van mijn vader”, zegt een meisje dat opeens naast mij staat. “Ik weet alleen of ze daar ook een gouden fiets verkopen.” Zo snel als ik kan lopen we naar de fietsenwinkel. “Kom maar binnen”, zegt het meisje.
Ik stap naar binnen en zie alleen maar normale fietsen staan. Misschien verder achterin de winkel? Ik loop door en zie een deur op een kier staan. Nieuwsgierig loop ik dichter en dichterbij. “Hee, waar ga jij heen?”, roept de vader van het meisje.
“Uhm”, zeg ik, “ik zag de deur op een kier en wou kijken of daar misschien een gouden fiets stond.” “Een gouden fiets? Dat bestaat niet”, zegt de man. “Jawel hoor”, zeg ik, “Ik ga wel even kijken.” “Dat is privé”, zegt de man. “Oké, dan niet.” Ik loop weer naar buiten. Het begint al donker te worden.

Logeren

Het meisje loopt met me mee. “Je mag wel bij mij blijven slapen, als je dat wil. Maar ik moet het wel eerst even vragen.” “Als dat mag en kan,” zeg ik. “Oké, ik vraag het even.” Het meisje loopt naar haar vader toe en vraagt of ik mag blijven slapen.
De vader zegt: “Ik weet het niet hoor.” “Waarom niet?”, vraagt het meisje. “Nou, vooruit dan maar”, zegt de vader “maar dan nu snel je tanden poetsen en pyjama aan. Ze kan wel een pyjama van jou lenen, toch?” “Natuurlijk”, zegt ze tegen haar vader, en tegen mij: “Het is oké, je mag blijven slapen.” “Yessss!”, zeg ik opgelucht.

Gouden fiets

Later die avond word ik wakker van een geluid. Het komt van beneden, uit de fietsenwinkel. Ik sluip naar beneden, de vloer voelt koud aan onder mijn voeten. Heel, héél zachtjes sluip ik van de trap. Die kraakt een beetje. Hoor ik achter me een deur opengaan? Ik hou mijn adem in: niets. Zachtjes sluip ik verder. Opeens tikt er iemand op mijn schouder! Snel draai ik me om: het meisje staat achter me.
“Wat doe jij hier, zo midden in de nacht?”, fluister ik geschrokken. “En jij, wat doe jij hier?”, vraagt ze. “Ik… uh …. ik was opzoek naar de wc.” “Helemaal niet,” zegt het meisje “de wc is boven.” “Ooh, dat wist ik niet. Sorry.” “Dat wist je heus wel, gekkie. Je wou gewoon weten wat er achter die deur is.” Ze heeft me door. “Hoe wist je dat?”, vraag ik haar. “Omdat ik dat ook wel wil weten. Mijn vader verbergt iets en ik wil weten wat.” “Aha. Dus we zijn samen op zoek naar de gouden fiets”, zeg ik. “Inderdaad. En ik ga je helpen om snel terug te komen in 2021. Kom, laten we kijken wat er achter die deur zit.” Voorzichtig lopen we naar de deur. “Zie je dat gouden licht onder de deur?”, fluistert ze in mijn oor. “Ik zie het ook. Denk jij wat ik denk?”, fluister ik terug. “Ja, zullen we …” “Oké: één… twee… drie!”
Samen duwen we de deur open en zijn even verblind door het felle licht. “Wow!”
“Ik wist niet dat we zo’n mooie fiets in de winkel hadden”, verzucht het meisje. “Pak hem maar snel en ga er vandoor. Mijn vader is altijd vroeg uit de veren.”

Terug in 2021

Ik sluip snel naar boven om mijn helm te halen. Dan stap ik op de fiets. “Dank je wel voor alles”, zeg ik tegen het meisje. Ik druk op de knop en FLITS! Het is weer 2021.
“Dat ging snel”, zeg ik verbaasd. Iedereen klapt. Mijn moeder, mijn vader, mijn broertje… Ze komen allemaal naar me toe om me te knuffelen. “Waar was je?” vragen ze, en “Hoe was het?” “Nou, het was eigenlijk niet zo heel bijzonder”, jok ik. “Het maakt ook allemaal niet uit. Kom, we gaan snel naar huis toe.” En wat ben ik blij om thuis te zijn!

Deze verhalen en tekeningen werden gemaakt tijdens de Kinderboekenweek 2021 'Worden wat je wil'.