#170

"Als je iets wilt, ga ervoor." Mimoun Talbi

Mimoun foto fotograaf Pim Mul

Mimoun Talbi (60) is het levende bewijs van zijn stelling: via ongeschoold werk bij Compaxo klom hij op tot gediplomeerd jongerenwerker.

In 2020 werd Mimoun, inmiddels huismeester van het Nelson Mandela Centrum (NMC), koninklijk onderscheiden als lid in de Orde van Oranje Nassau. “Die dag vergeet ik nooit”, zegt Mimoun glunderend, al duurde het door corona nog even voor hij in de Goudse Schouwburg de versierselen opgespeld kreeg door burgemeester Verhoeve.

De krant erbij halen

Gezinshereniging bracht hem in 1977 uit Marokko naar Gouda, waar zijn vader bij Compaxo werkte. De leerplichtige Mimoun (17) zag niets in school. “Ik heb het twee weken uitgehouden op de technische school aan de Graaf Florisweg en toen ben ik stiekem bij Compaxo gaan werken.” Diploma’s haalde hij na zijn veertigste, toen hij na diverse banen met jongeren ging werken in buurthuis ’t Wiel. Hij viel daar op door zijn inzet en inventiviteit - “Ik was zo slim om bij elke activiteit de krant erbij te halen.”

In zijn vrije tijd bekommerde hij zich om de hangjongeren in Oosterwei, waar twintig jaar terug een groot probleem mee was. Twee dikke plakboeken getuigen daarvan. Hij is nog altijd blij met de hulp van de toen actieve pensionado Melchior Verstegen, die hem wegwijs maakte in subsidieland. “Ik was van het praktische, hij van de financiële verslagen, de administratie - zaken waar ik juist weer moeite mee had.’’

Terug?

Zijn vrije tijd is nog steeds gevuld met jongerenactiviteiten. Hij houdt hen altijd zijn motto voor: “Als je iets wilt, moet je niet opgeven. Nederland geeft kansen aan iedereen, dat heb ik in die 43 jaar ervaren. Natuurlijk is er ook racisme, maar daar moet je geen kans aan geven."

”Terug naar Marokko? Misschien ooit, maar de jongste van zijn zes kinderen is pas 8. Eerder ziet hij zich vanuit Achterwillens terugkeren naar Oosterwei. “Ik woonde hier in mijn jeugd heel fijn en ik werk er natuurlijk.” Verder voelt Talbi zich ‘meer Gouwenaar dan menig hier geboren stadsgenoot’.

Foto: Pim Mul