#509

Wie was Anna van Hensbeek? Kirsten Spooren

Anna van Hensbeek, uithangbord

Er was eens een klein stadje dat groots was in heel veel dingen. Kaas bijvoorbeeld, om zo maar wat te noemen. Maar wist je dat we ook best veel beroemde inwoners hebben (gehad)? In deze nieuwe rubriek belichtten we belangrijke Gouwenaars die iets betekend hebben voor de stad of de geschiedenis van Nederland. We trappen af met Anna van Hensbeek, één van de beroemdste vrouwelijke inwoonster van Gouda.

Wie denkt dat feminisme een moderne ‘uitvinding’ is, heeft het mis. Eeuwen lang strijden vrouwen al voor gelijke rechten en komen ze op voor wat ze geloven. Dit is ook het geval met Anna van Hensbeek, die je misschien wel de eerste feminist van Gouda kunt noemen (zo ver bekend). Deze vrouw was een vroedvrouw in Gouda en ondanks dat ze nu een bekend figuur is uit de Goudse geschiedenis, is haar verhaal niet helemaal zonder kritiek.

Jeugd

Anna van Hensbeek werd geboren in 1750 en groeide op in Gouda. Ze was de dochter van de koopman Dirk Hendriksz. van Hensbeek, die op latere leeftijd krankzinnig werd verklaard en opgenomen werd in het verbeterhuis de Koudekerk. Hier overleed hij ook. Het gezin van Hensbeek verhuisde na zijn dood uit Gouda, maar keerden zeven jaar later terug. In Bodegraven trouwde Anna met de weduwnaar Maarten van Pieck. Maarten en Anna kregen twee kinderen: Trijntje en Dirk (die al jong stierf).

In Bodegraven werkte Anna al als vroedvrouw (= verloskundige, iemand die helpt bij bevallingen) en in 1788 verhuisde het gezin naar de Kattensingel. Nadat Maarten overleed in 1791 ging Anna ook in Gouda aan de slag als vroedvrouw. Ze voldeed alleen niet aan de eisen en moest in Gouda nog een opleiding volgen. Drie jaar later mocht ze na het doorlopen van haar opleiding alsnog aan het werk als vroedvrouw.

Vroedvrouw voor buiten

Anna kwam in 1796 in opspraak omdat ze tijdens een bevalling van een ongehuwde vrouw niet vroeg naar de naam van de vader. Vroedvrouwen waren dit verplicht omdat de stad dan eventuele onderhoudskosten van het kind op de vader konden verhalen. Ze kreeg een boete van 25 gulden, maar Anna weigerde deze te betalen. Het stadsbestuur besloot daarop haar vergunning in te trekken en dus mocht ze in Gouda niet meer als vroedvrouw werken.

Toch liet ze zich niet tegenhouden. Ze besloot buiten de stadsmuren te gaan werken en Anna bleek een populaire vroedvrouw te zijn. Veel vrouwen logeerden tijdens hun zwangerschap tijdelijk buiten de stad om door Anna geholpen te worden. In 1798 kreeg Anna weer een vergunning, maar ze bleef buiten de stad werken (tot ongenoegen van andere stadsvroedvrouwen).

Maar al snel kwam Anna weer in opspraak toen ze wéér verzuimde om de naam van de vader aan een ongehuwde moeder te vragen. Haar vergunning werd weer ingetrokken en ze moest haar uithangbord inleveren (dit uithangbord vind je nu in het Museum van Gouda). Hoe haar leven hierna is vergaan is niet bekend. Wel is bekend dat ze op 58-jarige leeftijd overleed en op 3 november 1808 werd begraven.

Kritiek

Of het verhaal van Anna waar is, is niet helemaal zeker. In 2017 en in 2018 publiceerde Jean-Philippe van de Zwaluw twee artikelen over Anna, waarin hij stelt dat ze nooit als vroedvrouw in dienst is geweest en hij betwist ook of ze weigerde te vragen naar de naam van de vader. Zijn bevindingen zijn gebaseerd op uitgebreid archiefonderzoek. Uit de Goudse archieven blijkt niet dat er in die periode kinderen geboren zijn, waarvan de naam van de vader niet bekend was, op één enkel geval na, waarbij de stadsvroedvrouw Antje Nagel betrokken was.

Of het verhaal van Anna nu waar is of niet; het feit is wel dat we 200 jaar na haar overlijden het nog steeds over Anna hebben. Ook is er een straat naar haar vernoemd. Dat doen niet veel Gouwenaars haar na, dus dan moet ze toch wel bijzonder zijn geweest.

Dit verhaal is geschreven voor indebuurt Gouda. De redactie van indebuurt informeert en inspireert inwoners van Gouda via nieuws, artikelen en tips over alles dat de stad leuk maakt.