#120

Sloop Joke Boot-van Eijk

Koningin Wilhelminaweg

Ik ben een geboren en getogen Goudse en heb in bijna alle wijken in Gouda wel gewoond. Maar mijn wieg stond toch in de Korte Akkeren en wel op de Koningin Wilhelminaweg (voor oud-Gouwenaars: de KW-weg).

Nu is de KW-weg heel lang, dus een nadere specificatie is wel nodig. Om kort te gaan: ik woonde in dezelfde huizen die ook op het Uiverplein staan: vierkamerflats, de zgn. Welschen-woningen. Mijn ouders kwamen daar in 1950 wonen met twee kinderen: het was groot genoeg en met een echte moderne douche (die door een aantal buurtbewoners voor het gemak als kolenhok werd gebruikt, want de kolen werden normaal opgeslagen in de kelders). Maar hierna werden er nog drie kinderen geboren waarvan ik de jongste was, dus toen werd het echt wel krap. Maar tot mijn zestiende levensjaar heb ik hier toch gewoond.

Toen ik dan ook in de Goudse krant las dat dit buurtje in zijn geheel gesloopt zou gaan worden, deed me dat toch wat. Op een zonnige herfstmiddag fietste ik er naar toe. Nog eenmaal terugblikken voordat het gesloopt zou gaan worden. Aangekomen op het Uiverplein werd ik overvallen door een oorverdovende stilte: geen mens, geen kind, geen huisdier. Alleen een immens grote kraan met sloopbal, klaar om te beginnen.

Herinneringen

Ik denk dat in de ruim halve eeuw dat deze huizen er staan, het nog nooit zo stil is geweest. Enigszins aangedaan zette in mijn fiets neer en wandelde wat rond. Herinneringen kwamen, niet te stuiten. Daar achter ons huis, in het kleine veldje, bouwden we van oude kleden en dekens hutten. We aten en dronken hier dan ook in en met mooi weer mochten we blijven slapen. Op het dijkje aan het water kon je goed uitkijken op het woonwagenkamp. Wel spannend, en op een dag zijn we als kinderen getuige geweest van een schietpartij tussen de woonwagenbewoners onderling. Dat resulteerde in ons gezin direct tot een lied met als fraai refrein: en Pleun zigeun houdt niet van gaatjes in zijn bast (6 x).

Op het water aan het dijkje kon je ’s winters prima schaatsen en kon je zomaar de molen bereiken. Normaal moest je daarvoor toch minstens het kamp passeren en nee, dat durfden we geen van allen.

Verder lopend naar de voorkant van het huis stuit ik op het grasveldje waar we nog eens een enorme sneeuwman hebben gemaakt. De winters waren vroeger echt veel kouder ...! En voorbij het grasveldje, parallel aan de KW-weg, het hoogje waarvan je zo prima op het onderstel van een oude kinderwagen af kon denderen, zo over het zijstraatje de bosjes in. O ja de bosjes, daar beleefden we veel avonturen met geheime clubs en dergelijke. Ineens schiet het door mijn hoofd dat we op diezelfde nu drukke weg tikkertje deden, en bomenlerrie speelden. Dat laatste hield in dat je van boom naar boom trachtte te komen zonder geraakt te worden. Zonder uit te hoeven kijken stak je meermalen de weg over. Alleen voor de betonmortels van de Goudse Betoncentrale moest je wel oppassen. Die kwamen wel een aantal keren per dag voorbij.

Koers naar Goverwelle

Ik keer terug naar het Uiverplein; nog steeds een vrij ruim opgezet plein waar toen nauwelijks auto’s stonden. In de poorten achter de huizen was altijd veel te doen, en aan speelkameraadjes was in die jaren, met toch grote gezinnen, geen gebrek.

Ik word erg weemoedig en het mooie herfstzonnetje versterkt de nostalgische gevoelens ook nog eens. Ik besluit mijn fiets op te zoeken en koers te zetten naar de nieuwbouw van Gouda Goverwelle.

Zullen mijn kinderen over vijftig jaar ook zo rondlopen in hun wijk of zijn deze huizen wat beter bestand tegen de eisen van de tijd? Ik zal het niet weten, en denk daar maar liever niet meer over na.