#532

Opoe was de baas Ank Frissel

Ank frissel houtmansgracht

Met het ‘kleine busje’ van Citosa gingen wij vanuit Boskoop op bezoek bij mijn overgrootmoeder aan het Houtmanplantsoen. Vaak was mijn oma daar dan ook. Het huisje is er niet meer; het is nu een straatje. Maar ik kan het huis zo voor de geest halen. Klein, donker, uit een andere tijd met een echte plee op het plaatsje. Daarachter was de opslag van tonnen.

Mijn overgrootmoeder was, als ik de verhalen moet geloven, geen lief mens. Ze zouden dat nu waarschijnlijk een lelijke bitch noemen. Mijn oma had buikpijn als ze naar haar moeder ging. Opoe liet haar allerhande koekjes halen bij bakkerij Van Dijk. Maar ze stuurde mijn oma gerust terug als er een koekje bij zat die haar niet beviel. Mijn overgrootmoeder was de baas in huis. Zondag was rustdag. Een zondagse steek houdt geen week en dus moest het breiwerk van die dag ook weer worden uitgehaald. Vijf meiden waren er in dat kleine huisje: Anna, Boukje, Francien, Toni en mijn oma Corrie.

Zwieren aan de stok

Maar als er ijs op de gracht lag en veranderde er iets in de machtsverhoudingen en hield mijn overgrootvader Wijnand zijn poot stijf. Hij ging zwieren met zijn vijf dochter aan de stok. Ook op zondag! En zo stal hij de show daar op de Singel.

Pierewaaien

Ook had hij een vriendelijke manier om zijn dochters, als ze op zaterdagavond gingen pierewaaien, op tijd weer thuis te krijgen. Hij posteerde zich bij de lantaarnpaal bij het poortje achter de kerk. Hij ging er een liedje fluiten en dan kwamen ze vanzelf te voorschijn. Mijn oma vertelde dit met liefde. Het werd aan mijn fantasie overgelaten om te bedenken wat ze dan aan het uitspoken waren geweest.
De oude opa heb ik nooit gekend en van de overgrootmoeder herinner ik me weinig. Ik was nog klein en het is al lang geleden. Inmiddels woon ik zelf alweer 33 jaar in de Goudse binnenstad en zijn het ook mijn verhalen geworden.