#310

Mister SV Gouda Fred de Gruyl

Fred de Gruijl 2e van links

Op en top Goudaman Fred de Gruyl heeft er nooit over gedacht om naar een andere club te gaan. Ook toen het betaald voetbal zijn intrede deed en de nog jonge achterhoedespeler bij KFC, Blauw-Wit, Scheveningen Holland Sport en Elinkwijk terechtkon, bleef hij de rood-witten trouw.

“Ik had het goed naar mijn zin bij Gouda, want we speelden op het hoogste amateurniveau”, motiveert de voormalige stopper zijn keuze. “Ook achteraf vind ik niet dat ik het verkeerd gedaan heb.” Fred heeft een duidelijk mening over het spel van het Gouda-keurkorps in de vierde klas anno 2008: “Geen niveau, geen vuur en geen publiek. Wanneer ik nu gespeeld had, was ik waarschijnlijk wel weggegaan.”

Lid van verdienste

Fred en zijn vrouw Corrie van der Laan zijn als het ware grootgebracht bij SV Gouda. Het lid van verdienste is meer dan zeventig jaar lid en hoopt net, als zijn schoonvader en vooroorlogse steunpilaar Jan van der Laan, het tachtigjarig lidmaatschap te bereiken!

Uitschuifbare benen

De Gruyl omarmde dus het amateurisme en maakte beide landstitels van zijn club mee: in 1959 en 1960. Zijn beste wedstrijden speelde hij tegen De Spartaan om het kampioenschap in 1959. “Ik speelde toen op het veld van het Haagse VUC de sterren van de hemel. De gevaarlijke en snelle Amsterdamse middenvoor Derks had niets in te brengen”, aldus de verdediger met de karakteristieke loop en de ‘uitschuifbare’ benen.

Goedlachse en vitale Fred laat zijn gedachten vaak afdwalen naar de vijftiger jaren toen drommen toeschouwers zich per fiets of te voet naar de Nieuwe Vaart begaven: “Je kon over de hoofden lopen. Een gemiddelde van 4.500 kijkers per wedstrijd! Het kan me niets schelen dat ik voor ouwe vent wordt uitgemaakt wanneer ik over vroeger praat. Niemand praat me uit mijn hoofd dat het toen stukken beter was.”

Boegbeeld

Vanaf 1953 speelde Fred zo’n twintig seizoenen in Gouda 1. Veel pratend en roepend ging hij voorop in de strijd. “Goed dat er toen geen gele en rode kaarten werden uitgedeeld”, voegt zijn echtgenote plagend toe, “want anders had Fred er een heleboel gehad.” Fred reageert vergoelijkend: “Ik prikkelde mijn ploeggenoten ermee. Ik liet ze knokken. Omdat ikzelf het goede voorbeeld gaf, nam niemand me dat praten kwalijk. Ik was destijds het boegbeeld. Net als Piet Frederiks die de voorhoede pratend scherp hield.”

Tot zijn 58e bleef De Gruyl voetballen, terwijl hij ook vele jaren de pupillen trainde. Tot de dag van vandaag steekt het echtpaar nog veel uren in vrijwilligerswerk bij de club, van bardienst tot kaartverkoop. Interesse voor andere sporten is er ook. Regelmatig staan Corrie en Fred langs het wielerparcours van GRTC Excelsior. “Wielrennen is een prachtige sport”, vindt De Gruyl. “Ongelooflijk wat die jongens voor hun sport overhebben”. Vroeger was Fred, net als zijn broer Ton, ook een verdienstelijk tafeltennisser.

Dit verhaal is in 2008 geschreven door Ton van Wieringen, en komt uit de verzameling van Gouda Sportstad.