#103

Kattenkwaad Liesje, Basisschool De Carrousel

NL Gd SAMH 0440 54755 De Burgemeester Martenssingel vanaf De la Reylaan oostwaarts ca 1949

25 mei 1947 werd Peter van Leeuwen geboren, op de Burgemeester Martenssingel 100. Vier jaar later ging hij voor het eerst naar school.

Peter moest ook naar de avondschool. Ook in groep 1 en 2. De school had een hele rare naam, namelijk: Stanislaus Kostka katholieke basisschool. De eerste dag op zijn school had hij meteen vrienden gemaakt. In groep 5 mocht hij voor het eerst alleen met zijn vrienden naar (avond) school. Vroeger was het in Gouda veel minder druk met auto's en fietsers. Je kon gewoon lekker op straat spelen. Als hij niet bij zijn vrienden kon zijn, speelde hij altijd met zijn meccanodoos. Dat zijn allemaal ijzeren stripjes met gaatjes, die kan je dan met boutjes en moertjes vastzetten.

Modder

Als ze terug van school kwamen, klommen ze in bomen aan het eind van de Burgermeester Martensingel. Toen hadden ze nog geen mobieltjes, enz. In de grootste boom kon je aan een tak slingeren en dan kwam je op de kant terecht. Een keer zwiepte Peter aan de tak en brak die tak af. Hij plonsde in het water en hij zat tot over zijn knieën in de modder. Hij kwam er niet meer uit. Zijn vrienden gingen Peters moeder halen. Ze dachten dat zij meteen ging helpen om hem eruit te halen, maar dat was precies andersom: Peter kreeg op z’n kop, omdat hij een nieuwe witte broek aan had aangetrokken. Zijn vrienden konden zijn moeder niet onderbreken, waardoor het bijna een kwartier duwde tot zijn moeder ontdekte dat Peter vastzat en wegzakte in de modder. Daarna belde ze meteen de brandweer. De brandweer deed er wel een halfuur over om Peter uit de modder te halen.

Lantaarnpalen

Terug van de avondschool klommen ze altijd in de lantaarnpalen langs de weg. Het waren van die lantaarnpalen met een kapje, het lampje kon je er dan uitdraaien. Dat deden ze dan ook. Nadat ze de lampjes eruit hadden gedraald gooiden ze de lampjes kapot. De mensen die dan langskwamen, zagen dan helemaal niks meer. Soms botsten de mensen zelfs tegen een boom of lantaarnpaal. Dan hoorde je Peter en zijn vrienden heel zacht giechelen.

Sneeuwballen

Je hebt altijd wel iemand in de straat wonen die je irritant of stom vindt. Peter heeft dat dus ook. Op een winterdag, toen het hevig sneeuwde, belden ze bij hem aan. Hij, zijn vrienden, zijn broertje en zusje en zijn vader en moeder stonden klaar met sneeuwballen. Misschien kon je het al raden, de irritante in de straat opende de deur en kreeg een lading sneeuwballen over zich heen. Hij kon eventjes niets meer zien. Peter en de anderen maakten weer nieuwe sneeuwballen voor de volgende ronde. Toen de irritante (we noemen hem even irritante) weer kon zien en hen zag klaarstaan voor de volgende ronde, zei hij nors maar ondeugend: “Oké, 1-0.” Ze verhuisden naar een betere plek voor het sneeuwballengevecht. De irritante haalde zijn gezin erbij. Toen kon het sneeuwballengevecht pas echt beginnen. De kinderen van de irritante vonden het fantastisch als er bij iemand een sneeuwbal in de nek terechtkwam!