#82

Gouda op het spoor Fred Ensink

1950 stationsplein

Dit verhaal begint niet in Gouda, maar in de Achterhoek, en wel aan het begin van de vorige eeuw. Mijn opa treedt in de voetsporen van zijn vader (niet ongebruikelijk in die dagen) en komt ook 'bij het spoor'. Hij wordt tewerkgesteld in Emmerik, toentertijd een groot grensstation. In de jaren twintig wordt hij door de inmiddels 'Nederlandsche Spoorwegen' overgeplaatst naar Arnhem en een decennium later naar Gouda.

Begin jaren vijftig wordt hij afgekeurd, maar hij heeft nog wel, zoals veel van zijn (ex-)collega's, een spoortuin, waar de magere inkomsten worden aangevuld door de verbouw van onder andere groente, fruit en bloemen. Deze tuinen lagen tussen het emplacement en de Parallelweg, (de huidige Burgemeester Jamessingel) en ter hoogte van de Ford-dealer Hulleman (nu de Driestar).

Kleine en grote sik

Zijn kleinzoon gaat veel met hem mee, achter op de fiets: bij het (oude) station onder de poort het Lombok-terrein op, langs van Gend en Loos en tussen de vele goederenwagons die daar altijd staan. ’s Zomers ruik je de houten bielzen. Dan voorzichtig het emplacement oversteken, want naast de normale treinen wordt er ook nog uitgebreid gerangeerd. Hij schrikt soms van het geluid van de metalen trekdraden, waarmee de wissels handmatig vanuit het boven het spoor gelegen houten seinhuis worden bediend.

Op de tuin aangekomen, wordt hij gelijk door zijn opa aan het werk gezet : schoffelen, onkruid wieden, bessen plukken et cetera. Meestal heeft hij het binnen een halfuur al gezien. Hij vindt die langskomende dieselrangeerlocs veel interessanter (voor de kenners: serie 300 en 2200, ook wel kleine en grote sik genoemd). En als de machinist een bekende van opa is, mag hij mee 'op de bok'. En zo kon het gebeuren, dat een 9-jarige een loc bediende, voordat hij zelfs maar een fiets had!

Waar een normale jongen van die leeftijd meestal brandweerman of politieagent als beroepswens heeft, wist ik het al beter: ik wil later treinmachinist worden! Van de nadelen van dit beroep was ik me op dat moment uiteraard nog niet bewust. De technische kennis, die toentertijd voor dit beroep vereist werd, strookte echter niet met mijn technisch inzicht, dus ook deze jongensdroom kwam niet uit.

Als je nu langs het emplacement loopt, herinnert nog maar weinig aan het verleden: de locs en de meeste wagons zijn verdwenen en tussen de rails groeit het (on)kruid. De wissels worden vanuit Utrecht bediend en de tuinen en hun bomen zijn het slachtoffer geworden van de expansiedrift van de gemeente. Mijn passie voor het spoor van toen is echter gebleven, ik heb het geërfd.