#214

Een spoor van Stolpersteine in Gouda Soesja Citroen

Soesja bij Stolpersteine

In 1980 verhuis ik, voor de liefde, van mijn geboortestad Den Haag naar Gouda. Als jazz-zangeres en songwriter trek ik het land rond en reik over de grenzen van Nederland. Met de Stolpersteine wortel ik in mijn nieuwe woonplaats.

Vanaf 2011 organiseer ik het plaatsen van Stolpersteine ter herinnering aan de 388 tijdens de Tweede Wereldoorlog vermoorde Joodse stadgenoten in Gouda. Jaarlijks zijn er publieke plaatsingen met een mooi ritueel.

Kunstenaar Gunter Demnig ontwierp deze gedenksteentjes. Door heel Europa zijn ze nu te vinden in de stoep voor de vroegere huizen van nazislachtoffers. In het messing plaatje bovenop staan steeds naam en lot van één persoon.

In mijn in 2020 uitgebrachte boek ‘Hier Woonden - Stolpersteine Gouda’ vertel ik per adres over de 258 voormalige bewoners van 64 Stolpersteine-adressen in Gouda. Gouwenaar Dick Hoogendoorn zorgde voor het mooie ontwerp van het boek. Inmiddels zijn er alweer 298 Stolpersteine in onze stad.

In 1941, tijdens de Duitse bezetting, woonden er circa 500 Joodse stadgenoten in Gouda. Deels waren het families die hier al van oudsher woonden, deels vluchtelingen op zoek naar een veiliger woonplek. Driekwart van hen werd vermoord, meestal in Auschwitz en Sobibor.

Kleine Mirjam met de vlechten

Als ik door de stad fiets of loop, roept elke straat met Stolpersteine een emotie op. Op de Lange Groenendaal denk ik aan kleine Mirjam Schenkolewski van negen jaar met haar lange donkere vlechten en haar broertje Moses met zijn brilletje. Liefdevol werden ze beschreven door vroeger buurmeisje Beppie Boot.

Op de Oosthaven blinken de net gepoetste 64 Stolpersteine bij het voormalig Centraal Tehuis me toe. Het blijft onvoorstelbaar, hoe SS en politie dit Joods bejaardentehuis op 9 april 1943 in één grote razzia ontruimden. Vaak staan mensen hier stil bij de Stolpersteine.

In de Hertzogstraat zie ik de jonge Poldi Linder voor me met zijn ouders Manfred en Else. Toen hij in oktober 1941 niet meer naar de openbare school mocht en wachtte op de start van een Joods schooltje, ging hij voor het huis de stratenmakers helpen. Trots kwam hij thuis met tien cent. Met nicht Audrey uit New York en haar gezin waren we in 2019 in het huis waar het gezinnetje ooit woonde, voordat de naziterreur hen trof.

Grootvader keert terug uit Auschwitz: kille ontvangst

Mijn grootvader overleefde Auschwitz. Hoopvol wachtte hij in Odessa op repatriëring naar Nederland, maar de ontvangst van de overlevenden was kil. Al gauw kwam de overheid met naheffingen. ’Regels zijn regels.’

Mooi dat de Stolpersteine nu warm ontvangen worden en grote steun krijgen van de gemeente, vele mensen en instellingen.

Herinneringen doorgeven

De laatste jaren mag er vanwege de coronapandemie geen publiek bij de plaatsingen zijn. Eind april 2021 sta ik samen met de 95-jarige dichter Inez Meter en haar zoon Jurjen op de stoep van de Graaf Florisweg bij een net geplaatste Stolperstein voor Basia Austeiczer-Udler. Een overbuurman steekt de weg over. “Mag ik er bij komen staan, op afstand?”, vraagt hij.

Inez draagt haar mooie gedicht ‘stolpersteine’ voor. De laatste regel ‘in hun namen keren zij weer’ raakt je telkens opnieuw. Overbuurman Frank vertelt dat zijn dochter net vandaag een Stolpersteine-wandeling maakt met haar klas. ’s Avonds stuurt hij een foto van dochter Nienke kijkend in mijn boek over de Stolpersteine. “Ze kon precies vertellen en aanwijzen waar ze vandaag geweest was”, mailt hij. Zo is de herinnering gedeeld en doorgegeven van oud naar jong.

Grote urgente problemen wachten ons. Laten we hopen, dat we over vijftig jaar nog steeds onze vrijheid kunnen koesteren.