#516

Een lang leven in Gouda Maartje den Hertog-Vreeswijk

Mw Den Hertog Vreeswijk1

In 1926 werd ik geboren op de Jan van der Heijdenstraat, als jongste van tien kinderen. Drie van mijn zussen zijn ook ruim negentig jaar oud geworden. Maar met mijn 95 (dit jaar 96) ben ik niet alleen de laatste die over is, maar ook de langstlevende van al mijn broers en zussen. Ik denk dat het wel geholpen heeft dat ik 25 jaar op fitness heb gezeten. Daar ben ik pas mee gestopt toen ik in Gouwestein kwam wonen.

Het was een drukke bedoening aan de Van der Heijdenstraat: we waren al een groot gezin, maar ook mijn moeders vader woonde bij ons in huis. Vader en moeder sliepen in de bedstee, opa in de voorkamer, de zes meisjes hadden samen een kamer en de vijf jongens sliepen op de zolder. We hadden het leuk met elkaar en waren een hecht gezin.

Dienstje voor halve dagen

Op mij zestiende had ik een dienstje voor halve dagen. Mijn moeder vond dat lang genoeg. Na mijn werk ging ik winkelen in de stad, of naar huis, waar mijn moeder anijsmelk of chocolademelk voor ons had. Mijn vader werkte voor een boer, molk koeien en bracht ze naar de markt. Bij ons was er dus altijd voldoende melk in huis.

Bombardement Sint Jozefpaviljoen

Een van mijn zussen was verpleegster en is overleden bij het bombardement op het Sint Jozefpaviljoen, in december 1944. Ze wilde aanvankelijk non worden, had zich bekeerd tot het katholicisme en was in Limburg in een klooster gegaan. Maar daar hield ze het niet heel lang vol: de zusters waren erg steng en als novice mocht ze alleen maar poetsen. Dat stond haar niet aan, dus is ze teruggekomen en verpleegster geworden.
Na het bombardement was ze een dag lang zoek. We wisten niet waar ze was en of ze nog leefde, tot ze haar onder het puin terugvonden. Ze was pas een jaar of 23, en zou twee dagen later getuige zijn geweest bij het huwelijk van mijn andere zus. Je kunt je wel voorstellen dat dat geen vrolijke bedoening was, maar het ging wel door. De bruid was namelijk in verwachting: krap vijf maanden later, op 5 mei 1945 – Bevrijdingsdag – werd haar zoontje geboren. De jongen kreeg de namen van de geallieerde presidenten: Jozef, Franklin en Winston.

Na huwelijk blijven werken

In 1948 trouwde ik. Daarna had ik eigenlijk, zoals gebruikelijk, met werken moeten stoppen. Maar het Duits-Joodse gezin waar ik voor werkte wilde me liever niet laten gaan. Meneer is toen aan mijn man gaan vragen of ik mocht blijven werken. Zolang we geen kinderen hadden, was dat ook geen probleem natuurlijk. Ik kreeg twintig cent broodgeld en mocht tussen de middag naar huis om daar te eten. Dat hield allemaal op toen we naar Den Haag verhuisden. Mijn man werkte bij Shell en zou geen reisgeld mee krijgen. We hebben toen huizen kunnen ruilen met een collega die juist in Gouda wilde gaan wonen.
Het was een mooi huis. De bus stopte voor de deur van de C&A, dus daar kwam ik vaak. Ik hield namelijk veel van mooie kleren, en had ook wel een neus voor koopjes. Ik kocht ook wel kleren voor mijn moeder, op de Haagse markt of bij C&A. Het kwam wel eens voor dat we allebei hetzelfde mantelpakje hadden! Dat was een leuke tijd.

Dit verhaal werd met een ganzenveer opgeschreven tijdens de Gouda750-verhalenmiddag Terug naar de middeleeuwen