#616

Chris de Zeeuw in de oorlog Els Scholten

Zeeuw

Chris de Zeeuw woonde in de oorlog (1940-1945) met zijn vader, moeder twee broertjes en drie zusjes aan de BurgemeesterMartenssingel 27 in Gouda.

Chris was in 1934 geboren. Hij herinnert zich de oorlogsjaren nog goed. Zijn vader, die in 1903 geboren was, werd destijds afgekeurd voor militaire dienst omdat zijn borstomvang te gering was. In de oorlogsjaren was hij leraar aan de Rijks HBS in Gouda en daarnaast directeur van de Middelbare Handelsavondschool aan het Paradijs. De Duitsers lieten hem met rust. Toen het lesgeven op de Handelsavondschool lastig werd, ging hij de boerenzoons op de boerderij langs om les te geven. Zo kon hij ook aan melk komen voor zijn gezin. Hij had een platte tinnen flacon waar 1 1/2 liter in kon. Die flacon bond hij om zijn middel onder zijn kleren. Op die manier bracht hij de melk veilig thuis.

Melktransport

Op 1 januari 1945 was hij ziek. Hij kon geen melk halen voor zijn gezin. Geen nood: moeder bood aan om het te gaan doen. De flacon werd om haar middel gebonden en zij ging op de fiets op weg naar de boerderij van boer de W in Reeuwijk. Toen zij in de in de buurt kwam van de boerderij schrok zij zich een hoedje. De boerderij was afgebrand. Alleen de smeulende resten lagen er nog. Wat bleek: de twee zonen van boer de W hadden een distributiekantoor overvallen en bonkaarten meegenomen. In een auto vluchtten zij weg. Zij werden achtervolgd en hebben de auto achter de hooiberg van hun boerderij neergezet en zijn per fiets verder gegaan. De Duitsers die hen achtervolgden zagen autosporen het erf van de boerderij opgaan. Zij belden bij de boerderij aan en vroegen de zonen te spreken. Naar eer en geweten vertelde boer de W dat zijn zonen niet thuis waren en dat hij niet wist waar ze waren. Ze waren met de auto op pad gegaan. De Duitsers zeiden dat hij loog want de auto stond achter de boerderij. In hun woede hebben zij de hele boerderij in de fik gestoken.

Zimmer frei?

Chris weet ook nog dat zijn vader met zijn fiets voor hun woonhuis aan de Burgemeester Martenssingel stond. Opeens werd hij op zijn schouder getikt. Toen hij zich omdraaide keek hij in het gezicht van een Duitse officier. Die gaf te kennen dat hij een kamer wilde huren in zijn huis. Zijn vader trok een treurig gezicht en zei: ‘Jammer, maar mijn vrouw heeft difterie!’ De Duitse officier wist niet hoe snel hij weg moest komen.

Tot slot vertelt Chris dat hij ‘in glas’ gelegen heeft. Dat was tijdens de bominslag aan de Krugerlaan, achter hun huis. Zijn vriendinnetje Anne, waar hij later mee getrouwd is, woonde aan de Krugerlaan. Die bominslag was een toevalstreffer. De knal was zo hevig dat de ruiten tot ver in de omgeving waren gebroken.