#590

Betsy's talenten Tjitske Baartmans

Betsy Stoffers

Loet, van tabakswinkel Van Vreumingen aan de Wijdstraat, wil wel vertellen over zijn artistieke oma.

Op de tafel in de woonkamer van hem en zijn vrouw Ingrid ligt een folder ‘Goudse vrouwen op de kaart’ van de Stichting Gouds Vrouwennetwerk. In Gouda zijn veel meer straten genoemd naar mannen dan straten genoemd naar vrouwen. En toegegeven: mannen hebben door de eeuwen heen ook in Gouda veel memorabele daden verricht. Maar het zit nog onvoldoende in onze cultuur om ook markante en inspirerende vrouwen op deze wijze te eren. Daarom organiseert Stichting Gouds Vrouwennetwerk tijdens Gouda750 een wandeltocht die belangrijke Goudse vrouwen die een straatnaam zouden verdienen, in de schijnwerper plaatst. Betsy van Vreumingen was zo’n markante vrouw! De wandeltocht startte op 3 juni bij Van Vreumingen in de Wijdstraat; Betsy woonde daarboven.

Betsy’s talenten

Elisabeth Stoffers werd op 29 juni 1881 in Haarlem geboren. Haar grootvader had een tabakszaak in Amsterdam. De families Stoffers en van Vreumingen waren bevriend met elkaar. Toen Betsy in de zomer van 1890 met haar broer Henk bij de van Vreumingens logeerde, verzorgde zij voor de Goudse Zwem Club het pauzenummer tijdens wedstrijden in het zwembad aan de Houtmansgracht. Het was in die tijd in Gouda ongehoord en verboden dat een meisje zwom en van de duikplank sprong. Zij had nog een hobby, ze bleek een getalenteerd tekenares. Toen ze 17 was, ging ze naar de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten en voltooide de opleiding in 1903.

De Amsterdamse werd Goudse toen ze in 1905 trouwde met Louis van Vreumingen, die met broer Anton de derde generatie in de tabakszaak vormde. In 1907 verhuisden Louis en Betsy met hun eenjarig zoontje Dik naar de Westhaven, waar Betsy een eigen atelierruimte had. Zij schilderde en tekende landschappen, portretten en stillevens. Toen het gezin naar de Wachtelstraat verhuisden en er nog drie kinderen kwamen, werd het schilderen minder.

Abstracte pastels

De van Vreumingens verhuisden in 1922 naar het huis boven de winkel in de Wijdstraat. Toen Louis overleed en zij het huis deelde met het gezin van haar zoon Loe, kwam ze na een val in 1959 in het Julianahuis terecht. Later verhuisde ze naar Arnhem, waar dochter Bep directrice van een verzorgingshuis was. Over haar schildersleven praatte ze nauwelijks meer. In 1971 overleed Betsy.

In 1980 werd dochter Bep benaderd door Kunsthandel Wending in Amsterdam, in verband met de ontdekking van 32 abstracte pastels. Deze precies gedateerde en gesigneerde pastels waren daar, via via, terechtgekomen. Ze maakte tussen 1915 en 1918 pastels, waarschijnlijk geïnspireerd door de ornamentele pastels van haar buurman, schaatsmaatje en bekende keramist Chris Lanooy.

Negen jaar na haar overlijden kwamen de pastels boven water en was zij dus de eerste Nederlandse schilderes van abstracte kunst! Van haar worden onder andere in het Centraal Museum Utrecht en in het Rijksmuseum Amsterdam werken bewaard. Er is al een Van Vreumingenstraat; hoe leuk zou het zijn om een Elisabeth Stoffersstraat in Gouda te hebben. Dat heeft Betsy verdiend!